Beloningsbeleid

Inleiding
In zowel wet- en regelgeving als de Code Pensioenfondsen is bepaald dat het bestuur verantwoor-delijk is voor het opstellen en uitvoeren van een beloningsbeleid. Dit beloningsbeleid is afgestemd op de omvang en organisatie van het pensioenfonds en op de aard, omvang en complexiteit van zijn bedrijf. Voorts is het in overeenstemming met de werkzaamheden, het risicoprofiel, de doelstellingen, het langetermijnbelang, de financiële stabiliteit en de prestaties van het pensioenfonds, en draagt het bij aan een deugdelijk, prudent en doeltreffend bestuur van het pensioenfonds. Het bestuur wordt bij de uitvoering van het beloningsbeleid ondersteund door de remuneratiecommissie.

Het beloningsbeleid is van toepassing op:

  • de verbonden personen, zoals de leden van het bestuur, de leden van het verantwoor-dingsorgaan en de medewerkers van het pensioenbureau;
  • de uitbestede partijen, zoals de externe onafhankelijke voorzitter, de accountant en de leden van de visitatiecommissie, echter met uitzondering van de vermogensbeheerders.


Uitgangspunten
Het pensioenfonds hanteert ten aanzien van beloning de volgende uitgangspunten:

  • Het pensioenfonds voert een beheerst en duurzaam beloningsbeleid. Dit beleid is in overeen-stemming met de doelstellingen van het pensioenfonds. Ook is het beleid passend gelet op de werkgevers waarvoor het pensioenfonds de pensioenregeling uitvoert. In het kader van de duurzaamheid van het beloningsbeleid wordt rekening gehouden met de langetermijnbelangen en de strategie van het pensioenfonds. Het bestuur en de andere fondsorganen nemen deze uitgangspunten in acht bij het vervullen van hun taken die gaan over het beloningsbeleid. Het bestuur is zich bewust van het benodigde maatschappelijke draagvlak en schenkt hier aandacht aan.
  • Het beloningsbeleid strookt met een deugdelijk en doeltreffend risicobeheer en moedigt niet aan tot het nemen van risico's die niet te verenigen zijn met het risicoprofiel van het pensioenfonds.
  • Het bestuur bepaalt het arbeidsvoorwaardenbeleid voor degenen die in dienst zijn van het pensioenfonds (via arbeidsovereenkomst dan wel overeenkomst van opdracht). Uitgangspunt bij de vaststelling hiervan vormen de arbeidsvoorwaarden die gebruikelijk zijn in de pensioenfondsen-sector en die aanvaardbaar zijn gelet op de werkgevers waarvoor het pensioenfonds de pensioen-regeling uitvoert. Voor degenen die in dienst zijn van het pensioenfonds via arbeidsovereenkomst geldt dat op het moment van ingang van dit beloningsbeleid de collectieve arbeidsovereenkomst van Xerox Manufacturing (Nederland) B.V. wordt gevolgd.
  • Bestuursleden en leden van het verantwoordingsorgaan die in dienst zijn van één van de werkgevers ontvangen geen vergoeding van het pensioenfonds. Voor pensioengerechtigde leden van het bestuur en van het verantwoordingsorgaan is een vergoedingsregeling van toepassing. Vergoedingen eindigen in elk geval bij het eindigen van het lidmaatschap van het bestuur of het verantwoordingsorgaan. In geval van schorsing van een lid van het bestuur of het verantwoor-dingsorgaan wordt de vergoeding stilgelegd. In geval de schorsing niet leidt tot aftreden, zal de vergoeding alsnog plaatsvinden over de periode van schorsing. In geval van ziekte van een lid van het bestuur of het verantwoordingsorgaan (langer dan een maand) zal het bestuur beslissen over voortzetting van de vergoeding.
  • De beloningen staan in redelijke verhouding tot verantwoordelijkheid, functie-eisen en tijdsbeslag. Het bestuur is van mening dat de aard en de doelstelling van het pensioenfonds gediend zijn met kwalitatief goede functionarissen. Het bestuur zorgt ervoor dat de hoogte van de beloning geen beletsel vormt voor het aantrekken van gewenste kwaliteit. Omgekeerd geldt dat de beloning niet dusdanig van aard is dat het een kritische houding in de weg staat. Het bestuur weegt verantwoord en zorgvuldig af wat past gezien de aard en de doelstelling van het pensioenfonds en wat het belang is van een kwalitatief goede besturing van het pensioenfonds.
  • Het bestuur is terughoudend als het gaat om prestatiegerelateerde beloningen. Prestatie-gerelateerde beloningen zijn niet hoger dan 20% van de vaste beloning. Ze zijn niet gerelateerd aan de financiële resultaten van het pensioenfonds.
  • Het bestuur voorkomt dat door een te hoge beloning van de leden van de visitatiecommissie een financieel belang een kritische opstelling in de weg staat.
  • In geen enkel geval zal een transitie- of ontslagvergoeding gegeven worden aan een verbonden persoon of uitbestede partij. Dit uitgangspunt is niet van toepassing op de directeur of op de medewerkers van het pensioenbureau. In dit geval moet een eventuele transitie- of ontslagvergoeding passend zijn gelet op de functie en de ontslagreden.

Uitbesteding
In de overeenkomsten met de uitbestede partijen die onder het beloningsbeleid van het pensioenfonds vallen, wordt de toepasselijkheid van dit beloningsbeleid op de uitbestede partij geregeld. Voor vermogensbeheerders geldt dat het pensioenfonds zicht heeft op hun beloningsbeleid.

Het bestuur zorgt er in ieder geval voor dat het beloningsbeleid van alle partijen aan wie taken worden uitbesteed, niet aanmoedigt om meer risico's te nemen dan voor het pensioenfonds aanvaardbaar is. Om dit te bereiken, maakt het bestuur dit onderdeel van de contractafspraken bij het sluiten of verlengen van de uitbestedingsovereenkomst of - indien van toepassing - via zijn aandeelhouderspositie. Het gehanteerde beloningsbeleid wordt in het selectieproces betrokken. Een beheerst beloningsbeleid houdt in dat rekening wordt gehouden met evenwichtige verhoudingen als het gaat om de hoogte van de (prestatie)beloning. Het waarborgt dat het bestuur dit heeft meegewogen en verant-woord acht gezien de verwachte rendementen of andere prestaties.

Nadere criteria omtrent uitbesteding zijn opgenomen in het uitbestedingsbeleid.

Openbaarmaking
Het beloningsbeleid wordt gepubliceerd op de openbare website van het pensioenfonds.

Evaluatie
Het pensioenfonds evalueert en actualiseert het beloningsbeleid ten minste driejaarlijks.